Vijf jaar geleden, op 12 april 2020, overleed Stirling Moss. Een held, nu eens niet op twee wielen maar op vier wielen. Moss behoeft geen verdere introductie, hij was één van de meest succesvolle autocoureurs uit de historie. Hij won 212 van de 375 races waar hij als professional aan deelnam en van de 66 Formule 1 races waarin hij startte won hij er 16 tussen 1951 en 1961. In 1958 won hij op een haartje na de F1 wereldtitel. In 1955 won Moss samen met bijrijder Denis Jenkinson de Mille Miglia met een Mercedes Benz 300SLR.
Denis Jenkinson speelde een belangrijke rol in deze overwinning. Samen met Moss had hij het circuit verkend, veel aantekeningen gemaakt en met handsignalen communiceerde hij deze door aan Moss. Het duo versloeg de ultieme Argentijnse racelegende Juan Manuel Fangio in eenzelfde 300SLR met ongeveer een half uur voorsprong!
Motorfietsen en zijspannen zouden altijd een rol van betekenis spelen in het leven van de nogal zonderlinge Denis ‘Jenks’ Jenkinson, die in 1920 werd geboren en in 1996 overleed. De foto bij dit artikel was één van zijn absolute favorieten. Hij acteert op dit beeld als passagier/acrobaat van de beroemde Belg Marcel Masuy tijdens de Duitse Grand Prix, die verreden werd op 20 juli 1952. Plaats van handeling is het nogal gevaarlijke, bomenrijke Solitude-circuit bij Stuttgart. Het illustere duo eindigde de race als vierde.
Zeldzame Lucas-racemagneet
Jenks was een heerlijk bijzonder mens, veruit en altijd favoriet om te bezoeken in Engeland. Hij leefde in een klein huisje met slechts vier kamertjes, werkelijk mudvol met motorfietsen waaraan hij tot een paar jaar voor zijn dood in 1996 nog fanatiek aan sleutelde. Zijn kleine cottage had nog een kolengestookt fornuis en geen elektriciteitsaansluiting. Als hij stroom nodig had, werd een oud FIAT 500-motorblok opgestart dat een generator aandreef. Zo simpel was dat. Zijn lange baard en korte postuur van zo’n 1,5 meter maakte hem erg opvallend. En snel, want tot ver in de zeventig reed hij nog competities met zijn Norton-BSA Special.
Als je Jenks opzocht in zijn cottage, dan wachtte je altijd een bijzonder schouwspel. Dat begon al als je aan kwam rijden. Oude motoren stonden her en der verspreid, broederlijk tezamen met zeldzame, oude wagens. Volledig ingegroeid en overwoekerd door allerhande struiken waren ze bijna groen uitgeslagen door het mos. Kwam je binnen dan viel allereerst het lage plafond op, voor mensen die wat langer waren dan Jenks nogal pijnlijk, want de balken lagen dan op kopstoothoogte. Maar vooral vielen de enorme hoeveelheid auto- en motoronderdelen op. Bij Jenks speelden de motoronderdelen en diverse half afgebouwde of half gedemonteerde motorfietsen de hoofdrol. Daar stonden echte pareltjes tussen. Norton- en Triumph-motorblokken lagen altijd in het gezichtsveld, samen met allerhande tweewieleronderdelen waar een oude raceshop jaloers op zou worden. Het loonde altijd de moeite om even iets langer te kijken naar een stapel spullen. Want je kon zomaar een dubbelnokker 500cc GP Norton-fabrieksblok herkennen. Of een oude, zeldzame Lucas-racemagneet, die zeldzamer is dan een kip met tanden. Je kon letterlijk struikelen over hyperzeldzame desmo-onderdelen van het Mercedes SLR-blok. Zijn slaapkamer was de kleinste ruimte in zijn cottage, het toilet was buiten. In die slaapkamer een klein bed, omgeven door prachtige zaken die hem zeker de meest prachtige dromen hebben bezorgd. Zoals het Coventry Climax 8-cilinder F1-blok, aan zijn voeteneind.
In 1949 werd het wereldkampioenschap wegrace voor het eerst georganiseerd. Jenks deed ook mee. Hij was de zijspanpassagier van de legendarische Eric Oliver. Deze bijzonder getalenteerde zijspancoureur was een echte zijspanpionier. Hij was de eerste die een volledige stroomlijn op een zijspanracer gebruikte, hij vond de ‘kneeler’ uit en was de eerste zijspancoureur die met achtervering reed. Oliver en Jenks wonnen dat jaar de zijspan GP van Zwitserland en België en in Italië eindigden ze als vijfde. Daarmee wonnen ze de allereerste wereldtitel zijspannen in de historie!
Foto: Archief A. Herl
