Op Ameland is motorrijden ongeëvenaard populair, maar Drenthe is de provincie waar de meeste motorrijders binnenkort hun motor weer uit de schuur zullen halen. Dit blijkt uit een onderzoek van Wegenvignetten.nl, uitgevoerd ter gelegenheid van de Dag van de Motorrijder, die aanstaande zondag 6 april voor de vierde keer plaatsvindt als de traditionele start van het motorseizoen.
Motorrijden in Nederland: een groeiende trend
In Drenthe heeft bijna één op de zeven inwoners van achttien jaar en ouder een motorrijbewijs. Van deze groep bezit iets minder dan de helft daadwerkelijk een motor, met name in de gemeenten De Wolden en Borger-Odoorn. Maar, er zijn vijf andere gemeenten waar motorbezit nog gebruikelijker is, met Ameland als koploper (10,5 procent). Dalfsen in Overijssel staat op de tweede plek met 9,6 procent, gevolgd door Opmeer en Boekel, die beide 9,5 procent scoren. Aan de andere kant van het spectrum vind je Wageningen en Schiermonnikoog, waar slechts 2,3 procent van de inwoners motorrijders zijn.

Motorrijden is vooral populair buiten de Randstad. In landelijke provincies zoals Drenthe en Zeeland, en in mindere mate Friesland, Overijssel en Gelderland, hebben relatief veel mensen een motorrijbewijs. Binnen Drenthe is het duidelijk dat motorrijden vooral buiten de stedelijke gebieden populair is. Dit is goed te begrijpen: er is meer ruimte, minder verkeersdrukte en motorrijden wordt vaker als een hobby gezien in plaats van louter als een praktisch vervoermiddel. Bovendien hebben inwoners hier vaak toegang tot een schuur of garage om hun motor in op te bergen.
Ondanks de groeiende populariteit van motorrijden in Nederland, met een stijging van het aantal motorrijbewijzen met elf procent in de afgelopen tien jaar, blijft het aantal dodelijke ongevallen met motorrijders rond de 47 per jaar redelijk constant. Volgens Freek Jurg van Wegenvignetten.nl kan dit te maken hebben met de invoering van het getrapte rijbewijsstelsel in 2013.
Jurg legt uit: ‘Sindsdien moeten jonge motorrijders eerst een rijbewijs voor een lichtere motor halen voordat ze op een zwaardere motor mogen rijden. Dit zorgt ervoor dat ze geleidelijk aan ervaring opdoen, wat de veiligheid bevordert en mogelijk het aantal ernstige ongevallen vermindert. Toch blijft de kans op een fataal ongeluk op een motor bijna 70 procent groter dan in een auto.’
