Ongecensureerde Gerrit

Door Marien in Classic & Retro, zaterdag 16 Dec 2017 19:12
Een uniek verhaal in de nieuwe Classic & Retro nummer 9. Wolsink

Gerrit Wolsink staat na bijna veertig jaar op het punt afgelost te worden door Jeffrey Herlings als onze beste motorcrosser in de koningsklasse. Recht voor zijn raap kijkt de ‘Vliegende Tandarts’ terug op blaren, kut-motoren en ‘vals spelen’ bij starts.

Wolsink nam zelden een blad voor de mond. Officials en bonden nam hij het liefst op de korrel, maar ook werkgevers moesten eraan geloven. In 1978 zegt hij doodleuk: “Suzuki heeft geen racemanager. Iemand die teamorders geeft en aandringt op betere onderdelen.” Hoe werd dat ontvangen in Japan? ‘Ach, mijn diplomatieke kwaliteiten waren niet altijd even geweldig, maar dat jaar was het echt slecht gesteld met de leiding. Ik was in die tijd enorm uitgesproken, tegenwoordig word ik gecorrigeerd, toen niet.’ 

In 1978 leverde Suzuki de slechtste motor in jaren af. ‘De Horse…., wat een onvoorstelbaar kutding was dat’, bromt Wolsink nog altijd vol ongeloof.’ Een jaar later was het allemaal veel beter en eindigde Wolsink als tweede in het WK. Toch moest hij het veld ruimen voor de jongere garde.  Het lag niet aan zijn getoonde mentaliteit: ‘We hadden een manager die na afloop altijd vroeg of hij je handen mocht zien. Als hij blaren zag, was het goed. Dan was je tot het gaatje gegaan. Een man als Willy Bauer had ze niet, die gaf volgens Suzuki onvoldoende gas.’

De wens naar respect en erkenning loopt als een rode draad door Wolsinks loopbaan. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de motorcross. Waar wegracetoppers als Wil Hartog nog altijd op een VIP-behandeling kunnen rekenen is het anders voor crossers. ‘Het Circuit van Assen nodigt Hartog jaarlijks uit voor een paar rondjes tijdens de TT. Voor de cross moet ik een kaartje kopen terwijl ik jaren lang de laatste Nederlandse GP-winnaar in de 500cc-klasse was. Het doet me weinig, maar of dit respect is?’

Wolsink gaf zijjn ogen goed de kost en deed er zijn voordeel mee. ‘Een start moet je bestuderen. Waar is de bediening van het starthek? Wie geeft het sein aan de man die het hek bedient? In Oostenrijk viel het hek als de organisator die bovenop een heuvel stond zijn hoed afnam. De starter van de GP’s in Nederland kende ik persoonlijk en die vertelde me dat hij eerst knikte en dan het starthek liet vallen. Daar had ik vreemd genoeg altijd kopstart.’

Omdat de motoren steeds beter werden en de veerwegen bleven toenemen werd de groep kanshebbers groter. De grotere groep kanshebbers leidde volgens Wolsink tot verruwing. Is hij zelf altijd een gentleman gebleven? ‘Als crosser moet je wel een beetje een klootzak zijn. Je remt soms eerder dan verwacht, of deelt eens een schouderduw uit. Ik heb weleens een naaste concurrent laten vallen, al krijg je hem dan natuurlijk wel terug. Met Mikkola en De Coster was het altijd keihard, maar fair. We hebben elkaar nooit de bosjes in gereden.’

In Classic & Retro nummer 9 vertelt Gerrit Wolsink over zijn hele loopbaan. Zijn zoektocht naar respect voor zichzelf en de motorcross komt aan bod, maar ook zaken als de nooit gepakte wereldkroon, vriendschap met Barry Sheene, crossen in een wollen koerstrui, stelende monteurs en gezonde angst. 

Koop het magazine nu in de winkel of bestel het hier.

Foto: Jesse Kraal

Tags: Wolsink, Gerrit,

Gerelateerde artikelen