Getest: Triumph Bonneville Bobber

Door Sharon in Testen, woensdag 07 Feb 2018 10:02
Verstoppertje spelen. 2017 Triumph Bobber M73

Zelfs als je geen fan van custom-motoren bent, raakt de Bonneville Bobber je in het hart. Rijdt de Brit net zo lekker als hij er uit ziet?

De Bobber verwijst naar de hoogtijdagen van de Bobbers tussen 1930 en 1940. Om zo snel mogelijk te zijn, sloopten en zaagden motorrijders alle overbodige onderdelen van hun motorfiets en kozen ze een zo krachtig mogelijk motorblok. Aan aantrekkingskracht hebben Bobbers anno 2016 nog altijd niets verloren. De gebobte (want afgezaagde) achterkant trekt als vanzelf alle aandacht naar zich toe. De gasten die tussen 1930 en 1940 hun bobbers in elkaar knutselden hadden het eigenlijk eenvoudig. Zonder al te veel moeite konden zij hun motorfiets reduceren tot twee wielen, een hardtail frame, een tank, zadeltje en een motorblok. Kom daar anno 2017 nog maar eens om. Enig idee hoeveel elektronica en hectometer draad er in een moderne motor gaan? Bovendien zijn storende zaken als verlichting en nummerplaathouder verplicht. De Bobber verbergt op weergaloze wijze kabels, snoeren, waterleidingen en andere ontsierende onderdelen en daardoor lijkt hij rechtstreeks uit 1938 te komen.

Masochisme
Kijk nog maar eens keer goed naar de Bobber en probeer een paar verstopplaatsen te vinden. Een van de meest effectieve verstopplaatsen bevindt zich tussen de swingarmophanging en het motorblok. Triumph wint hier ruimte omdat de swingarm door de geringe veerweg kort kan zijn. Bij reguliere veerwegen moeten swingarm en voortandwiel zo dicht mogelijk bij elkaar liggen om de kettingspanning constant te houden. Door de schamele 77 mm veerweg van de goed zichtbare KYB monoschokdemper speelt dat probleem minder bij de Bobber. Bij het lezen van die veerweg hou je als vanzelf de adem in. Visioenen van trappen onder je gat dienen zich aan. Misschien dat masochistische motorrijders opgewonden in het zadel stappen, maar ik deed het met de nodige scepsis. Die blijkt nergens op gestoeld want de zithouding klopt gewoon. De voetsteunen zitten weliswaar naar voren, maar niet overdreven ver. Op de snelweg is het geen probleem om je tot op hoge snelheid schrap te zetten tegen rijwind. Het gevreesde gebrek aan comfort blijft uit. Het zadeltje logenstraft de stelling dat voorgevormde zadels per definitie oncomfortabel zijn. De veerwegen zijn kort en stevig, maar niet onmenselijk hard.

Volledig instelbaar
Het dashboard beschikt over een aardigheidje: het kan rechtop staan, of in een liggende positie. Het zadel heeft met het dashboard gemeen dat het instelbaar is. Na het lossen van een bout kan het 30mm naar voor of achter schuiven. Het levert een actieve roadster-achtige (zadelstand voor) zithouding op, of een iets lomere cruiserhouding (zadel naar achter). Met dergelijke instelmogelijkheden geeft de Bobber zelfs toermodellen het nakijken.  Met het instellen van de Rain- of Roadmodus stel je de Triumph ook digitaal naar eigen wens in. Ergens is deze optie een wassen neus want ook in het nat heb je geen enkele behoefte aan de regenstand. In Road eet de twin – bijgestaan door instelbare traction control – ook uit je hand.

Onmenselijk hard
De Bobber heeft de capaciteit om zijn berijder te overstelpen met het gevoel dat het allemaal wel goed komt. De wielbasis bedraagt een stevige 1510 mm en de balhoofdhoek een gematigde 25.8°. Natuurlijk levert dat geen gooi-en-smijt-, maar een stabiele motorfiets op. Het sturen gebeurt mooi neutraal en je komt geheid uit waar je vooraf uit wilde komen. Van een onder je uit klappend voorwiel heeft de Bobber geen last. Van een afkeer van bochten al evenmin. Toch heeft hij wel een duidelijke voorkeur voor bochten die heerlijk soepel in elkaar overvloeien. Het type weg waar je van de remmen afblijft en alles regelt met het gashendel. Moet je de remmen er toch onverhoopt bijpakken dan krijgt de prima acterende en goed doseerbare achterrem een dikke acht. Van zo’n rapportcijfer kan de voorrem alleen maar dromen. 

Vetter dan een oliebol
Het blok irriteert geen moment, maar betovert juist met bakken vol koppel. Van stationair toerental tot 5000 tpm heb je 100 Nm koppel onder handbereik. Dat voel je, een eenvoudige draai aan het gashendel stuwt je altijd met indrukwekkend enthousiasme naar voren. Het lijkt de dikke twin allemaal geen enkele moeite te kosten. Draai bij 2000 tpm aan het gas en de Bobber schiet bedrieglijk snel naar voren. Natuurlijk is het met zijn 77 pk geen Vmax of Diavel, maar het is weldegelijk heerlijk toeven in het moddervette middengebied. Het is zowaar nog vetter dan de oliebol die bij de jaarlijkse AD-Oliebollentest op de laatste plaats eindigt. Bovenin (boven de 5000 tpm) gaat het enthousiasme van de tweecilinder er snel af, maar zelfs dat is relatief; bij 3800 toeren gaat het in zes al 140 km/h.

Conclusie
De Bonneville Bobber is een veel betere en comfortabelere motorfiets dan je op basis van zijn hardcore uitstraling verwacht. Het is verbluffend dat een spartaans ogende hardtail over zoveel rijkwaliteiten en comfort beschikt. Dit ding maakt gehakt van zijn gedoodverfde Amerikaanse tegenstrever. Dat het blok een snoepje is, was op voorhand wel te voorspellen. Dat het rijwielgedeelte daarbij aansluit is de verrassing van deze introductie.

Tekst: Ad van de Wiel, fotografie: Triumph

 

Motorbase

6695
Triumph Bonneville Bobber
Cilinderinhoud 1.200 cc
Vermogen 77 pk
bouwjaar 2018

Gerelateerde artikelen