Getest: SWM SuperDual T

Door Tom in Testen, zondag 20 Aug 2017 10:08
De enige dikke ééncilinder die nog op de markt verkrijgbaar is. Hoeveel pret je daarmee kan hebben, leren we in Italië. SWm SuperDual T actie

De Superdual werd al een tijd geleden aangekondigd op de Eicma in 2015. Dat model was dan ook nog voor Euro 3 klaargemaakt. Nu hij in 2017 dan eindelijk op de Europese wegen zal verschijnen, gelden er echter nieuwe regels. Zo moet elke motorfiets in de Euro 4-homologatie zijn voorzien van ABS, iets wat de Superdual nog niet had. Doordat dat systeem eerst nog goed moest worden bedacht, gebouwd en toegepast, liep de SuperDual wat vertraging op. 

Huskie
Met een aantal oude Husqvarna-motorblokken bouwt SWM sinds 2014 zijn eigen supermoto’s, classics - zoals de SilverVase en Gran Milano - en nu dus hun eerste grote éénpitter: de SuperDual. Onderhuids is deze nieuwe allroad dan ook eigenlijk een Husqvarna SM500R. Hoewel SWM de SM500R ook nog bouwt als een van eigen supermotards, is het blok speciaal voor de SuperDual opgeboord naar 600 cc. 

Eigenlijk is het jammer dat er nog maar zo weinig dikke eencilinders te koop zijn, want dat rijdt zo fantastisch eigenzinnig. Hoewel hij met zijn mistlampen, hoge bok, niet-verstelbare ruitje en valbeugels uiterlijk vooral als allroad overkomt, rijdt het in de praktijk gewoon als de krachtige supermotard die hij van origine is. Neem nu de zithouding. Door de hoge zitting en het lage stuur heb je enorm het gevoel dat je op die motor zit. Het is dan ook even slikken als ik tijdens mijn eerste rit rond het Meer van Varese overstap van de lichte Silver Vase naar de Superdual. De steile, natgeregende wegen die we zojuist hebben beklommen, rijden we nu met een aardig tempo weer af. Wat hierbij direct opvalt, is dat de achterkant nogal zoekt in de bochten. Dat is te wijten aan de 33-liter-zijkoffers die de motor nogal merkbaar de bocht in trekken. En dat is dus al wanneer ze leeg zijn. Eraf gooien dus? Als je dan toch bezig bent om de Superdual beter te maken: kies bij aankoop voor de optionele Arrow-einddempers à € 990. Die kosten wat, maar de Superdual heeft er enorm veel baat bij: een beter geluid, iets meer kick en je zit al iets sneller in je powerband. Waar het vermogen van de Arrow-loze Superdual pas net boven de 3000 toeren oppikt, is dat met Arrows al bij 2500. Overigens maakt die upgrade geen verschil voor de trillingen die bij 6000 toeren in het stuur erg goed voelbaar worden. 

Verbetering
Naast de verbeteringen die je krijgt van die opties valt er in de productie ook nog wel wat winst te halen. De afwerking bijvoorbeeld. Het is wat lastig om de sleutel in het contact om te draaien als gevolg van een belemmering door het dashboard en de remkabels. Die remkabels lopen overigens dwars door je zicht op het dashboard. En dat zicht heb je nu net hard nodig, want het dashboard dient met fascinatie in de gaten te worden gehouden. Zo nu en dan blijft het neutraallampje branden, maar wat vooral opvalt, is de toerenteller die rechts in het display in een balkje oploopt. In principe erg prettig, ware het niet dat er helemaal geen getallen bij zijn gezet waaraan je kunt aflezen hoeveel toeren je dan daadwerkelijk maakt. Gelukkig is dat dan nog wel apart in het scherm op te roepen. De Superdual heeft erg veel moeite met starten als hij is warmgedraaid en het kwik van de buitenlucht zomers is. Het chokehendeltje op de koppeling moet soelaas bieden, maar zelfs ervaren monteurs lijken er moeite mee te hebben, al kan dat ook aan de zenuwen liggen die al die ongeduldige perslieden veroorzaken.

Conclusie
De Superdual is het schoolvoorbeeld van de combinatie van Italiaanse ideeën en Chinese productie. Hoewel er over alles goed lijkt te zijn nagedacht, kunnen er met name in de afwerking nog flink wat verbeteringen worden gedaan. De opgeboorde Husqvarna-eencilinder rijdt als een uit de kluiten gewassen supermoto, maar heeft in warme toestand moeite met starten en kan een iets functioneler dashboard gebruiken. Gelukkig maakt het rijkarakter een hele hoop goed. Belangrijk om te onthouden is dat je bij aanschaf vraagt om de optionele Arrow-einddempers. Die kosten bijna duizend euro extra, maar zorgen er wel voor dat je nog meer plezier haalt uit de Superdual en de klappen van die enkele zuiger extra goed tot hun recht komen. Zorg ook dat je, als ze niet nodig zijn, de koffers van de Superdual haalt. Die maken namelijk dat je het gevoel krijgt dat de achterkant wat danst in de bochten. 

Tekst: Tom van Appeldoorn, Fotografie: SWM

Motorbase

2017 SWM Superdual
SWM Superdual
Cilinderinhoud 600 cc
Vermogen 54,40 pk
bouwjaar 2017

Gerelateerde artikelen