Getest: Moto Guzzi V7-reeks

Door Nick in Testen, zondag 13 Jul 2014 11:07
Een waar streekproduct. Guzzi V7 Special

Moto Guzzi vernieuwt de in 2008 geherintroduceerde V7. De retrofiets greep toen al terug op de V7 uit de jaren zeventig en is net als zes jaar geleden nog steeds uitgerust met een doorontwikkeld 744cc Nevada blok. Voor het nieuwe modeljaar verandert er alleen niet veel. Verder is het nog steeds dezelfde, voor Moto Guzzi kenmerkende, dwarsgeplaatste tweecilinder. We reden deze bonk nostalgie in Mandello del Lario aan de voet van de Italiaanse Alpen

Van de V7 zijn voor komend jaar drie nieuwe uitvoeringen, en ze profiteren stuk voor stuk van leveranciers uit het met motorgeschiedenis doordrenkte gebied in Moto Guzzi’s thuisregio Lombardije. Zo zijn zowel basismodel de V7 Stone, als de Special en de Racer allemaal uitgerust met stuurmechanieken van Domino en Tomaselli, komen de velgen van Alpina, hangen in de velgen remmen van Brembo, zijn de cilinders gemaakt door Gilardoni en worden diezelfde cilinders gevoed via een Marelli injectiesysteem. Een waar streekproduct, kun je wel zeggen. 

Die authenticiteit maakt de V7 zo Italiaans als het wordt. En het karakteristieke blok draagt hier direct aan bij. Bij het starten valt meteen op dat alles heel erg ‘leeft’. Het hese geluid van de startmotor, hoe de V-twin bij het starten even schudt in het frame, om vervolgens met pittige klappen te ontwaken. Een knap staaltje techniek om ondanks moderne emissie-eisen de V7 toch nog het echte Guzzi-karakter mee te geven. En dat terwijl de V7 verder echt een moderne motor is. De swingarm is niet van staal, maar van lichter aluminium, en diezelfde achterbrug hangt niet in het frame, maar scharniert direct in de 5-versnellingsbak. Ook voor het verzorgen van het brandstofmengsel wordt gerekend op hedendaagse techniek. Het enkele 38mm Weber-Marelli gasklephuis voorziet de cilinders via een Y-vormige inlaat van mengsel, zonder dat het geheel te erg in het zicht zit.

Stone en Special

De onderlinge verschillen tussen de Stone en de Special zijn klein, maar wel opmerkelijk. Zo zijn met name de velgen duidelijk anders. De Stone heeft lichtmetalen gietvelgen, waar bij de Special voor spaakwielen gekozen is. Verder zit het tweede verschil ‘m in het zadel.Zo is de V7 Stone met z’n platte zadel chique in eenvoud, terwijl het voorgevormd zadel van de V7 Special duidelijk wat luxer is. Maar bovenal valt tussen beide de lak op. Want waar de Stone in drie maal een uni-kleur geleverd wordt, te weten matzwart, glanzend rood en NATO-achtig matgroen, is de Special verkrijgbaar met twee varianten two-tone. Zwart met grijs en de iconische Moto-Guzzi kleuren van zwart met diagonale oranje strepen.

Racer

In veel hetzelfde, maar toch compleet anders, is de Moto-Guzzi V7 Racer. De naam en het uiterlijk pretenderen meer dan de machine waarmaakt, maar voor het oog is het zeker een racer. Neem bijvoorbeeld alleen al het rode frame en de gepolijste tank, die schreeuwen ‘racer’. Of het ontbreken van bijrijdersteuntjes, het kleiner uitgevoerde voorspatbord of het sportiever gepositioneerde en smallere stuur. En dan hebben we het nog niet eens over de volledig instelbare gasgevulde Bitubo schokbrekers, de geperforeerde luchtfilterkapjes, de race rem-schakelsets of de racenummerplaten, trouwens. Het nummer zeven kun je trouwens verkeerd interpreteren als zijnde een referentie aan typenaam V7, maar nee, het was het startnummer van 250cc-wereldkampioen Enrico Lorenzetti. Technisch is het verder een gelijke van de Stone en Special.

Verschoven koppel

Qua motorblok is de V7-serie overigens weinig veranderd ten opzichte van het 2012 model. De belangrijkste aanpassing speelt in op het A2-rijbewijs. Waar het oude model nog 37,5kW had, is het blok nu iets anders afgesteld. Het vermogen is daarmee teruggekomen naar maximaal 35kW bij 6200 tpm, precies hetzelfde toerental waar bij het oude topvermogen eruit kwam. Het koppel is er enkel op vooruitgegaan. Namelijk van 58 Nm bij 5000 toeren per minuut naar 60 Nm bij 2800 toeren per minuut. Iets hoger, maar bij een fors lager toerental. Daardoor trekt de V7 heerlijk van onderuit en lijkt er bij 4000 toeren per minuut stiekem toch nog wel een klein eindschot in te zitten, want de motor geeft het idee nog iets verder te trekken. Het geluid blijft overigens als het een Guzzi betaamt goed, maar beschaafd. De vijfversnellingsbak schakelt dankzij de verbeterde schakelwals ook heel goed, met nog altijd ietwat lange schakelwegen, maar wel soepel en trefzeker.

Ook ergonomisch voelt het goed. De voeten staan net iets naar voren, zodat je comfortabel zit. De tank is wel wat smal, maar dat hindert niet. Overigens is ‘ie daarmee niet klein, want er kan gewoon 22 liter in. De ouderwetse buddy zit best prettig. Hij is goed gepolsterd en lekker breed. Onder de zitting is weinig bagageruimte, een dubbele boterham gaat net, als je er geen beleg op doet. Wat dat betreft zul je een beroep moeten doen op de zadeltassen uit de brede accessoirerange als je meer wilt meenemen. Uit diezelfde range kun je overigens ook hele chique retro-gestijlde Arrow dempers bestellen, die het geluid net even wat minder beschaafd maken, wat vooral de V7 Racer natuurlijk siert. Verder kijk je vanaf het klassieke zadel op een tweetal analoge klokken, beide vergezeld door een digitaal display. De snelheidsmeter heeft daarin een odo- en tripmeter, de toerenteller een buitentemperatuurmeter en een klokje. 

Er zijn veel motoren te koop in de prijsklasse onder de € 10.000. Er zijn er ook diverse die sneller of praktischer zijn. Er zijn er echter maar weinig die zoveel historie bieden en zoveel gevoel en emotie oproepen. Het prachtige uiterlijk, de karakteristieke V-twin en de uiterst gemakkelijke rijeigenschappen zorgen ervoor dat deze motor je raakt. Een V7 koop je niet omdat je een vervoermiddel nodig hebt, maar omdat je een motor wilt waarmee je een hechte relatie kunt opbouwen. Of omdat je liever een goede risotto Milanese eet dan een universele McBurger...

 

Gerelateerde artikelen