Getest: Ducati SuperSport (S)

Door Sharon in Testen, woensdag 17 Jan 2018 15:01
De Supersport is terug! 2017 Getest Ducati Supersport S

Hoewel dit neusje is geënt op die van de Panigale, is deze nieuwe Ducati niet in de Panigale-familie opgenomen. Nee, de SuperSport staat weer helemaal op zichzelf. Hoe sportief dat is? Dat vinden we uit op zowel circuit als openbare weg.

Deze SuperSport heeft het blok van de Hypermotard en het frame is nagenoeg gelijk aan die van de Monster 821. En dus ligt Ducati’s focus zonder enige twijfel op de openbare weg. Maar, Ducati zou Ducati niet zijn als er geen circuitfocus aan te pas komt. En dus is er ook het S-model. Met volledig instelbaar Öhlins-veerwerk, een quickshifter voor zowel op- als terugschakelen en jawel… een duozit-cover! Voor de duidelijkheid: qua remmerij, motorblok en elektronica verschilt er dus niets.

Hier in Spanje, rondom het Circuit de Monteblanco, is de openbare weg bepaald geen straf. Ik rij hier vanochtend dan ook op het S-loze basismodel dat € 15.190 kost. Vanmiddag verhuis ik naar het circuit en daar is de SuperSport S aan de beurt. Diens prijskaartje? € 16.890 voor de rode, en nog eens € 200 extra voor de witte. Het is lastig om een échte concurrent voor de SuperSport te noemen, maar een Honda VFR800F kost € 14.658, een Kawasaki Z1000SX kost € 14.999.

Chique met budget

Ride-by-wire is bij Ducati al jarenlang gemeengoed, wat gepaard gaat met toegankelijke en instelbare elektronica. De bediening is logisch, de instelmogelijkheden behoorlijk. Het dashboard oogt wat flets ten opzichte van Ducati’s TFT-schermen, maar we moeten niet vergeten dat de SuperSport in Ducati’s line-up een budgettair verantwoord model is. De afwerking en functionaliteit is prima. Het huidige model is een stuk luxer, en zou dan ook meer comfort moeten bieden. Als negatieve opmerking kan ik de enorme Euro 4-uitlaatbak onder de motor noemen. Nou verplicht Europa elke fabrikant tot deze fysieke uitspatting van emissie-gezwets, maar in het silhouet van deze SuperSport valt het nogal op.

Comfort?

Met de clip-ons hoog geplaatst en het zadel ín de machine, heeft Ducati geprobeerd een comfortabele zit te creëren. Dat is ze gelukt, afhankelijk van je eigen lichaamslengte. Wat vanaf de eerste meters positief opvalt, is het lichte stuurgedrag. En daarmee is-ie heel gemakkelijk in de omgang. Dat geldt ook voor de lichte koppeling die toch veel gevoel geeft, de heerlijke gasreactie – vooral in Touring-modus – en het gehele gevoel van controle. De machine is enorm rank en slank en daardoor is het fijn manoeuvreren, zelfs heuvelop. Het blok daarentegen is iets minder vriendelijk. De tweecilinder loopt pas soepel vanaf zo’n 2500 toeren per minuut. De versnellingsbak kent trouwens wat lange schakelwegen, voor een motor met zo’n sportief silhouet. Niet vreemd als je bedenkt waarin dit blok nog meer dienst doet.

Het circuit op!

Het stuurgemak op het circuit blijft, maar het gevoel verfijnt. Vooral héél diep de bocht inremmend voelt het goed. Vele fabrikanten zouden de radiale rempartij van Brembo om zeep helpen met een normaal rempompje, maar Ducati kiest voor beide uitvoeringen een radiale rempomp. Daarbij zit het ABS nauwelijks in de weg. Ja, voor het betere circuitwerk mag het uit, maar de pulsen zijn kort en nauwelijks storend. Hierover geen mespuntje kritiek.

Bij uitaccelereren blijkt de set-up toch niet helemaal lekker. De schokbreker pompt, de achterband glijdt en de fijnzinnige traction control weet van geen ophouden. Monteblanco kent het nodige hoogteverschil en in het bochtenwerk omhoog rij ik steevast voetstep en uitlaatpartij aan de grond. Nee, dit toont geen gebrek aan grondspeling, maar dit toont het gemak waarmee je deze SuperSport richting de limiet rijdt. Het enige dat ik eigenlijk mis, zijn meer pk’s. Op het rechte eind voelt het motorblok wat beperkt om anno 2017 het predicaat ‘supersport’ te kunnen dragen. De quickshifter heeft daar geen probleem mee, al vereist deze wel een stevig zetje van je linkervoet. Enkele keren beland ik tussen de versnellingen in, en dat levert vol aanremmend, vertrouwend op motorrem en slipperclutch, toch het nodige angstzweet op. Het is een kwestie van even wennen en met beleid schakelen. Hoe dan ook, de S toont zich S-waardig en overtreft met z’n rijwielgedeelte het motorblok.

Tekst: Eddie de Vries, foto’s: Ducati

Motorbase

6505
Ducati SuperSport
Cilinderinhoud 939 cc
Vermogen 113 pk
bouwjaar 2018
6506
Ducati SuperSport S
Cilinderinhoud 939 cc
Vermogen 113 pk
bouwjaar 2018

Gerelateerde artikelen